Bach

Bach

Over de Matthäus Passion

De veertigdagentijd is de tijd bij uitstek om te luisteren naar de prachtige passiemuziek die Bach geschreven heeft, onder andere de Matthäus Passion die ons tot in de ziel raken kan.

Ieder jaar zijn er in ons land weer tal van uitvoeringen en vaak moet men moeite doen om toegangskaarten te bemachtigen. Wat trekt ons in de passies van Bach? Daar zijn verschillende opvattingen over.

Een seculiere opvatting zegt dat de passies van Bach kunstwerken zijn. Ze behoren tot de meest verheven kunst die ooit is ontstaan. De componist raakt een diepte die voor ieder mens voelbaar en herkenbaar is. Bach lijkt wel een groot psycholoog, zo raak weet hij onze gevoelens te typeren en in klank om te zetten. De beroemde aria “Erbarme Dich” doet ons ons meehuilen met Petrus als hij Jezus verloochend heeft en bij het prachtige slotkoor “Wir setzen uns mit Tränen nieder” treuren we om ons eigen verlies. Via deze muziek kijken we in ons binnenste. Dieper kan een componist ons niet raken.

Een gelovige opvatting zegt dat de passies van Bach liturgische werken zijn. Zij hebben het hoogste geloofsgoed een stem gegeven. Ze zijn geschreven voor de eredienst en komen alleen binnen de liturgie tot hun recht. Bach was een gelovige componist die de bijbel zeer goed kende. Zijn lijdensverhalen over Jezus volgens het evangelie van Johannes en Matthäus weerspiegelen zijn persoonlijk geloof. Dit geloof zegt dat het lijden van Jezus noodzakelijk was om ons mensen tot verlossing te brengen. Daarom zou je alleen als gelovige luisteraar die stukken goed kunnen doorgronden en op hun werkelijke waarde schatten.

De Matthäus Passion is geschreven voor twee vierstemmige koren waaraan in het openingskoor en in het slotkoor van het eerste deel een jongenskoor (of orgellijntje) is toegevoegd.

Bij Bach komt de muziek noodzakelijkerwijs voort uit de tekst. Hij spit het lijdensverhaal uit op kernwoorden, zoekt daar een instrument bij, een toonsoort, een maatsoort en melodische motieven. Zo groeit de muziek vanuit de tekst. En kennelijk lukt het Bach hierbij om de diepste menselijke gevoelens te raken, die voorbij alle geloof gaan, voorbij alle dogma of instituut. Bach raakt ons werkelijk op existentieel niveau en hij is in staat om ons daarmee te troosten. Hoe dat precies werkt behoort tot de heilige geheimen van de muziek.

De passie bestaat uit twee delen die in vierentwintig scènes onderverdeeld kunnen worden. Het werk wordt ingeleid door een dubbelkoor, waarin het koor der dochters van Zion het vragende koor der gelovigen opwekt om te zien naar Christus die zo geduldig als een lam het kruis draagt om te boeten voor het kwaad in de wereld.

Na deze inleiding begint de Evangelist met het lijdensverhaal zoals dat door Matthäus werd opgetekend in de hoofdstukken 26 en 27 van zijn evangelie. Op de hoogtepunten wordt het verhaal onderbroken door recitatieven, aria’s of koralen.

De teksten ervan zijn van Christian Friedrich Henrici, die werkte onder het pseudoniem Picander. Men neemt aan dat Bach hem een gedetailleerd schema gegeven heeft en zijn poëtische producten zeer kritisch beschouwde.

De belangrijkste solopartijen zijn die van de Evangelist en van Christus. Daarnaast vertegenwoordigen andere solisten alle personen die in het verhaal voorkomen. Bovendien vertolken zij, buiten de evangelietekst, de reacties van gelovigen op de gebeurtenissen en zingen zij recitatieven en aria’s die als lyrische momenten in de passie zijn opgenomen.

De koren hebben een drievoudige taak: allereerst zijn er de turbae, de koren die direct uit de evangelietekst voorkomen (de koren waarin de leerlingen van Jezus spreken, de koren waarin het Sanhedrin aan het woord is en de koren waarin het volk optreedt).

Vervolgens zijn er de koren die ontstaan als reactie op de gebeurtenissen in het lijdensverhaal en de vragen en antwoorden die worden gegeven op de in de aria’s tot uiting gekomen overwegingen.

Tenslotte vertegenwoordigt het koor alle Christenen in het zingen van de koralen. Deze vormen de harmonische rustpunten in dit met tragiek geladen werk.

 

De componist Johann Sebastian Bach

Johann Sebastian Bach werd in 1685 in Eisenach geboren als zoon van de stadsmusicus Johann Ambrosius Bach, lid van een zeer uitgebreide, maar vooral muzikale Thüringse familie. De vader ontdekte al vroeg een uitzonderlijk muzikaal talent bij zijn zoon. Op 10-jarige leeftijd werd Johann Sebastian wees. Zijn broer Johann Cristoph nam de taak van lesgeven op zich. Als jongen van 15 werd Bach sopranist in Lüneburg en toen hij 19 was kreeg hij de functie van organist in Arnstadt. Hij maakte daar kennis met onder anderen de orgelcomponist Buxtehude.

In Mühlhausen trouwde hij met Maria Barbara Bach. Hij werd hoforganist, kamermusicus en concertmeester in Weimar en hofkapelmeester in Cöthen, waar het zijn taak was voor kamermuziek te zorgen, zodat zijn kerkmuziek en orgelspel wat op de achtergrond raakten. Zijn vrouw overleed jong. Ze hadden zeven kinderen. Uit zijn tweede huwelijk met Anna Magdalena Wülken werden dertien kinderen geboren. In 1723 werd hij cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Deze taak vervulde hij tot aan zijn dood. In deze tijd schreef hij tal van composities zoals de Matthäus en de Johannes Passion, het Weihnachtsoratorium, tweehonderd kerkelijke cantates, de grote B-moll mis, het Magnificat, het Wohltemperierte Klavier, de Goldberg-variationen, veel fuga’s, sonaten, toccata’s en concerten.

Op hoge leeftijd verminderde zijn gezichtsvermogen, hij was nagenoeg blind. Op 28 juli 1750 overleed hij in Leipzig.